Met een mobiliteitsbudget krijg je meer vrijheid om zelf te kiezen hoe je je verplaatst.
Het budget is verdeeld over drie pijlers: een milieuvriendelijke bedrijfswagen, duurzame mobiliteit en bepaalde huisvestingskosten, plus een eventueel resterend bedrag dat je kunt laten uitbetalen.
Hoeveel budget je krijgt, hangt af van de totale jaarlijkse kost van de bedrijfswagen (TCO).
Je kunt het budget, binnen de voorwaarden, gebruiken voor onder andere openbaar vervoer, taxidiensten, een fiets of bepaalde huisvestingskosten.
Het mobiliteitsbudget helpt werkgevers om hun mobiliteitsbeleid flexibeler en duurzamer te maken.
Vanaf 1 januari 2027 zijn er wijzigingen gepland. Voor bepaalde werkgevers wordt het mobiliteitsbudget dan verplicht.
Wat is een mobiliteitsbudget?
Met een mobiliteitsbudget ontvang je in plaats van een klassieke bedrijfswagen een bedrag dat je kunt gebruiken voor verschillende vervoersmogelijkheden zoals de fiets of het openbare vervoer. Ook een milieuvriendelijkere bedrijfswagen behoort tot de opties.
De Federale Overheidsdienst voor Mobiliteit en Vervoer verdeelt het mobiliteitsbudget in drie pijlers. Pijler 1 is voor een milieuvriendelijkere bedrijfswagen. Pijler 2 is bedoeld voor duurzame mobiliteit en bepaalde huisvestingskosten. Blijft er daarna nog budget over, dan kan je dat via pijler 3 in geld ontvangen.
Hoeveel mobiliteitsbudget je precies ontvangt, hangt af van de jaarlijkse kost van de bedrijfswagen voor je werkgever. Dat bedrag wordt ook wel de Total Cost of Ownership (TCO) genoemd.
Wie heeft recht op een mobiliteitsbudget in België?
De officiële mobiliteitsbudget-website meldt dat werknemers hun bedrijfswagen of hun recht op een bedrijfswagen kunnen inruilen voor een mobiliteitsbudget wanneer hun werkgever het systeem invoert. Je moet dus binnen de wettelijke regeling recht hebben op een bedrijfswagen.
Voor 2027 zijn wijzigingen gepland. In bepaalde gevallen zullen werkgevers verplicht worden om een mobiliteitsbudget aan te bieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Die verplichting geldt niet voor elke werkgever: zo zijn er uitzonderingen voor bepaalde kleinere ondernemingen en bedrijven die met economische moeilijkheden kampen. De precieze regels voor 2027 zijn nog niet definitief.
Mobiliteitsbudget berekenen: de 2 methodes
De hoogte van het mobiliteitsbudget hangt af van de jaarlijkse kost van de bedrijfswagen voor de werkgever. Dit wordt ook wel de Total Cost of Ownership (TCO) genoemd. Voor de berekening kan de werkgever kiezen tussen de werkelijke kosten en een forfaitaire formule. De gekozen methode geldt in principe voor alle werknemers en blijft drie jaar van toepassing.
Methode 1: berekening op basis van de werkelijke kosten
Bij deze methode wordt uitgegaan van de gemiddelde jaarlijkse kostprijs van de bedrijfswagen. In principe wordt daarvoor gekeken naar de voorbije vier jaar. Heeft de werknemer de wagen nog geen vier jaar, dan wordt de gemiddelde kost berekend over de volledige periode waarin hij of zij de wagen gebruikte.
De berekening kan onder meer rekening houden met:
afschrijving of financieringskosten
huur- of leasingkosten
brandstof- of elektriciteitskosten
verzekering
onderhoud en herstellingen
verkeersbelasting
de patronale CO₂-solidariteitsbijdrage
bepaalde parkeer-, tol- en laadkosten
niet-recupereerbare btw en bepaalde fiscale lasten
Let op:
Kosten die al in het leasecontract zijn opgenomen, worden niet opnieuw meegerekend. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemer voor privégebruik wordt in mindering gebracht op het mobiliteitsbudget.
Mobiliteitsbudget voorbeeld berekenen op basis van werkelijke kosten:
Stel dat de gemiddelde jaarlijkse kost van een bedrijfswagen over de relevante periode € 7.200 bedraagt. Als daar nog € 500 aan kosten bijkomt die volgens de regels moeten worden meegerekend, bedraagt het mobiliteitsbudget € 7.700.
Methode 2: Forfaitaire berekening
Een werkgever kan het mobiliteitsbudget ook forfaitair berekenen. De berekening bestaat uit twee delen: een vaste en een variabele component. Deze twee componenten worden bij elkaar opgeteld om het mobiliteitsbudget te bepalen.
De variabele component berekenen
Bij het berekenen van de variabele component voor de forfaitaire berekening moet je uitgaan van 6.000 privékilometers per jaar, aangevuld met de kilometers voor het woon-werkverkeer waarvoor 200 werkdagen worden geteld.
Woont een werknemer 15 kilometer van het werk, dan leggen we per werkdag 30 kilometer af: 15 kilometer heen en 15 kilometer terug. Op jaarbasis is dat: 15 km × 2 (heen en terug) × 200 werkdagen = 6.000 woon-werkkilometers. Samen met de 6.000 privékilometers komt de berekening uit op 12.000 kilometer per jaar.
Vervolgens bereken je de verbruikskost per kilometer. Hiervoor neem je 30% van de kilometervergoeding voor federale ambtenaren. Als die vergoeding voor 2026 € 0,4440 per kilometer bedraagt, komt de verbruikskost uit op € 0,1332 per kilometer.
De variabele component van je mobiliteitsbudget bereken je dan als volgt:
12.000 km × € 0,1332 = € 1.598,40
De vaste component berekenen
De vaste component hangt af van het type bedrijfswagen. Er zijn twee mogelijkheden: een gehuurde of geleasede wagen of een wagen in eigendom of financiële leasing.
Optie 1: Gehuurde of geleasede wagen
Bij een gehuurde of geleasede wagen tel je de volgende kosten op om de vaste component te berekenen:
jaarlijkse huur- of leasekost
gemiddelde jaarlijkse kosten die niet in het huur- of leasecontract zijn opgenomen:
hiervoor neem je het gemiddelde van de voorbije drie jaar
is de wagen nog geen drie jaar ter beschikking gesteld, dan neem je het gemiddelde over de volledige periode
niet-aftrekbare btw
belasting op niet-aftrekbare autokosten
patronale CO₂-solidariteitsbijdrage
Let op:
Kosten die niet in het huur- of leasecontract zijn opgenomen, tellen alleen mee als het bedrijfswagenbeleid voorziet in de financiering ervan.
Mobiliteitsbudget berekenen vaste component gehuurde of geleasede wagen voorbeeld
Stel dat de jaarlijkse leasekost € 7.200 bedraagt. De gemiddelde kosten die niet in het contract zijn opgenomen bedragen € 800, de niet-aftrekbare btw € 200, de belasting op niet-aftrekbare autokosten € 100 en de patronale CO₂-solidariteitsbijdrage € 600. De vaste component bereken je door deze kosten bij elkaar op te tellen € 7.200 + € 800 + € 200 + € 100 + € 600 = € 8.900 per jaar.
Optie 2: wagen die eigendom is van de werkgever of financieel wordt geleased
Is de wagen eigendom van de werkgever of wordt deze financieel geleased, dan is de berekening eenvoudiger:
25% van de cataloguswaarde + de patronale CO₂-solidariteitsbijdrage
De patronale CO₂-solidariteitsbijdrage hangt af van de CO₂-uitstoot en het type brandstof. De CO₂-uitstoot wordt uitgedrukt in gram per kilometer.
De basisformule is:
Benzine: (CO₂-uitstoot × 9 − 768) ÷ 12
Diesel: (CO₂-uitstoot × 9 − 600) ÷ 12
LPG, CNG of aardgas: (CO₂-uitstoot × 9 − 990) ÷ 12
Elektrisch: € 20,83 per maand
Mobiliteitsbudget berekenen vaste component
Stel dat de cataloguswaarde van de wagen € 32.000 bedraagt en de patronale CO₂-solidariteitsbijdrage € 600 per jaar is. Dan doe je € 32.000 × 25% + € 600 = € 8.600. De vaste component bedraagt in dit voorbeeld dus € 8.600 per jaar.
Vergeet niet om deze vaste component bij de variabele component op te tellen om je volledige mobiliteitsbudget te bepalen.
Daarnaast is het goed om weten dat er voor 2026 een minimum van € 3.233 en een absoluut mobiliteitsbudget van € 17.244 per jaar geldt. Het mobiliteitsbudget mag ook niet hoger zijn dan 20% van het totale brutoloon van de werknemer.
Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. De officiële bedragen worden gepubliceerd op Mobiliteitsbudget.be.
| Berekeningsmethode | Berekening | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Werkelijke kosten | Tel alle werkelijke jaarlijkse kosten van de bedrijfswagen bij elkaar op, zoals lease- of huurkosten, brandstof of elektriciteit, onderhoud, verzekering en verkeersbelasting. Het totaal van deze kosten vormt het jaarlijkse mobiliteitsbudget. | Leasekosten: € 7.200 + overige kosten: € 500 = € 7.700 mobiliteitsbudget per jaar. |
| Forfaitaire methode | Bereken eerst de vaste component. Daarna bereken je de variabele component met de formule: (6.000 + woon-werkafstand × 2 × 200) × verbruikskost per kilometer. Tel de vaste en variabele component vervolgens bij elkaar op. | Vaste component: € 8.900 + variabele component: € 1.500 = € 10.400 mobiliteitsbudget per jaar. |
Waarvoor kan je het mobiliteitsbudget gebruiken? De drie pijlers
Volgens de website van RSZ.bestaat het budget uit drie pijlers. Elke pijler biedt andere mogelijkheden. Let op: welke keuzes je precies kunt maken, hangt af van de wettelijke voorwaarden en van het aanbod van je werkgever.
| Pijler | Waarvoor kan je het budget gebruiken? | Belangrijkste voorwaarden | Fiscale behandeling |
|---|---|---|---|
| Pijler 1: milieuvriendelijke bedrijfswagen | Een milieuvriendelijke bedrijfswagen die aan de wettelijke voorwaarden voldoet. | Vanaf 2026 moet de wagen geen CO₂ uitstoten. | De gebruikelijke fiscale regels voor een bedrijfswagen zijn van toepassing. |
| Pijler 2: duurzame mobiliteit en huisvesting | Onder meer openbaar vervoer, fiets, deelmobiliteit, bepaalde huur- of taxikosten en huisvestingskosten binnen de wettelijke voorwaarden. | De kosten moeten binnen de toegestane categorieën vallen en aan de voorwaarden voldoen. | Vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen binnen de wettelijke voorwaarden. |
| Pijler 3: resterend bedrag | Het bedrag dat na de besteding in pijler 1 en 2 overblijft, wordt aan de werknemer uitbetaald. | Het resterende bedrag wordt jaarlijks uitbetaald. | Onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%. |
Wat zijn de voordelen voor werknemers?
Het grootste voordeel van een mobiliteitsbudget voor werknemers is de keuzevrijheid. Werknemers kunnen hun budget aanpassen aan hun eigen situatie en verschillende vervoermiddelen combineren. Denk bijvoorbeeld aan de fiets voor korte afstanden en het openbare vervoer voor langere verplaatsingen. Onder bepaalde voorwaarden kan het budget ook worden gebruikt voor huisvestingskosten. Welke mogelijkheden beschikbaar zijn, hangt wel af van het aanbod van de werkgever.
Ook financieel kan een mobiliteitsbudget interessant zijn. Hoeveel je uiteindelijk overhoudt, hangt af van hoe je het budget besteedt. Zo is pijler 2 volledig vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. Gebruik je niet het volledige budget en wordt het resterende bedrag in pijler 3 uitbetaald, dan wordt daarop een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% ingehouden.
Zijn er ook voordelen voor werkgevers?
Ook voor werkgevers kan een mobiliteitsbudget interessant zijn. Het geeft werknemers meer keuze in hoe ze zich verplaatsen, terwijl de werkgever het mobiliteitsbeleid flexibeler kan organiseren. Bovendien is het mobiliteitsbudget in principe budgetneutraal: het bedrag is gebaseerd op de jaarlijkse werkgeverskost van de bedrijfswagen die wordt ingeruild.
Het kan werkgevers daarnaast helpen om:
werknemers meer keuzevrijheid te bieden
het mobiliteitsbeleid beter af te stemmen op verschillende werknemers
in te spelen op duurzamere manieren van vervoer
een aantrekkelijker en flexibeler voordelenpakket aan te bieden
Overzicht: veranderingen mobiliteitsbudget 2027
Vanaf 1 januari 2027 zijn wijzigingen aan het mobiliteitsbudget aangekondigd. De definitieve regels zijn op dit moment nog niet vastgelegd.
De aangekondigde veranderingen zijn onder meer:
Meer werknemers: het mobiliteitsbudget zou beschikbaar worden voor een grotere groep werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen.
Mobiliteitsbudget is verplicht voor bepaalde werkgevers: bepaalde werkgevers zouden verplicht worden om een mobiliteitsbudget aan te bieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Er zouden uitzonderingen gelden, onder meer voor bepaalde kleinere ondernemingen.
Meer keuze: werknemers zouden hun budget binnen de wettelijke voorwaarden kunnen verdelen over de verschillende pijlers van het mobiliteitsbudget.
Volgende stap
Wil je een leuke job met mobiliteitsbudget scoren? Begin met het opstellen van een cv. Bij CVMaker vind je tal van cv-templates die je kunt gebruiken om een professioneel en goed cv te maken. Bekijk zeker ook eens onze cv-gidsen en cv-voorbeelden voor inspiratie.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bedraagt het mobiliteitsbudget in België?
Het bedrag verschilt per werknemer en wordt berekend op basis van de totale jaarlijkse kost van de bedrijfswagen voor de werkgever (TCO).
Wie heeft recht op een mobiliteitsbudget?
Het mobiliteitsbudget is gekoppeld aan het recht op een bedrijfswagen. Vanaf 2027 veranderen de voorwaarden en zullen bepaalde werkgevers het mobiliteitsbudget verplicht moeten aanbieden.
Waarvoor kan je het mobiliteitsbudget gebruiken?
Afhankelijk van de pijler kan het budget worden gebruikt voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen, duurzame mobiliteit, bepaalde huisvestingskosten of de uitbetaling van een resterend bedrag.
Kan je het mobiliteitsbudget gebruiken voor huur?
Onder bepaalde voorwaarden kunnen huur- en andere huisvestingskosten binnen pijler 2 met het mobiliteitsbudget worden betaald.
Wat gebeurt er met het resterende mobiliteitsbudget?
Een bedrag dat na de bestedingen in pijler 1 en 2 overblijft, kan onder bepaalde voorwaarden via pijler 3 worden uitbetaald. Hierop is een bijzondere werknemersbijdrage voor de sociale zekerheid van toepassing.
Hoeveel belasting betaal je over een mobiliteitsbudget?
Dat hangt af van hoe je het mobiliteitsbudget gebruikt. Voor bestedingen binnen pijler 2 die aan de voorwaarden voldoen, betaal je geen personenbelasting of sociale bijdragen. Een resterend bedrag dat via pijler 3 wordt uitbetaald, is onderworpen aan een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%.
Is het mobiliteitsbudget verplicht vanaf 2027?
Vanaf 1 januari 2027 zijn wijzigingen gepland waardoor bepaalde werkgevers verplicht worden om een mobiliteitsbudget aan te bieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Er gelden daarbij uitzonderingen.
Kan ik met een mobiliteitsbudget nog een bedrijfswagen kiezen?
Binnen pijler 1 kan je onder de voorwaarden van het systeem kiezen voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen.
)



)

